Dementie

Diagnose

Om tot een diagnose van dementie te komen dienen er voldoende anamnestische en klinische aanwijzingen te zijn duidend op een significante cognitieve stoornis in tenminste 1 van de volgende cognitieve domeinen:

  • Leren en geheugen
  • Taal
  • Executieve functie
  • Complexe aandacht
  • Perceptueel-motorische functie
  • Sociaal gedrag

Voornaamste vormen van dementie

  • Ziekte van Alzheimer, geheugenproblemen staan hier op de voorgrond, vooral het onthouden van nieuwe informatie wordt problematisch. Meestal optredend > 65 jaar.

  • Vasculaire dementie, vaak gekenmerkt door opvallende executieve functiestoornissen, stapsgewijze evolutie en vasculaire afwijkingen op beeldvorming.

  • Frontotemporale dementie, wijziging in gedrag en persoonlijkheid staan vaak op de voorgrond of beheersen van bepaalde aspecten van taal gaan verloren.

Aandoeningen bestaande uit een combinatie van dementie en parkinsonisme (tremor, bradykinesie, rigiditeit, posturale instabiliteit) zijn:

  • Lewy Body ziekte, waarbij cognitieve klachten sterk kunnen fluctueren, er zich vaak ook vroegtijdig motorische problemen stellen (parkinsonisme), en hallucinaties frequent deel uitmaken van de problematiek.

  • Parkinson dementie, hierbij treden de cognitieve klachten een 5 tot 10 jaar na start van de motorische problematiek op.

  • PSP (Progressieve supranucleaire palsy), een zeldzame aandoening dewelke parkinsonisme en dementie omvat. Opvallende kenmerken zijn een verticale supranucleaire blikverlamming en prominente posturale instabiliteit.

  • CBD (Corticobasal degeneration), een combinatie van asymmetrisch parkinsonisme en cognitieve problematiek. Typische kenmerken omvatten een ideomotorische apraxie, alien limb fenomeen, fatische stoornissen, corticale sensorische deficits.

Minder frequent voorkomende klinische syndromen zijn:

  • Normale druk hydrocephalie (NPH), veroorzaakt een cognitieve deterioratie, trage gang en urinaire incontinentie.
  • Creutzfeldt Jacob disease (CJD), een zeldzame maar snel progressieve dementie dewelke resulteert in opvallende gedragsstoornissen, vaak ook cerebellaire dysfunctie en myoclonus.
  • Jongdementie, betreft dementie < 65 jaar. Soms worden onderliggende genetische afwijkingen weerhouden.

 

Bij de diagnose kunnen we beroep doen op:

  • Neuropsychologisch onderzoek: hierover kan u op deze website meer informatie vinden op de pagina van "neuropsycholoog Sam Van de Schoot".           
  • Beeldvorming d.m.v. MRI scan of eventueel aanvullend ook FDG-PET-scan.                
  • Lumbale punctie, ter bepaling van biomerkers.

Voor sommige vormen van dementie bestaan er medicamenteuse opties zoals Cholinesterase-inhibitoren, geneesmiddelen met bewezen gunstig effect op de cognitieve functies en de activiteiten van het dagelijks leven.

 

Belangrijk blijft ook begeleiding van familie. Voor patiëntenverenigingen ga naar de pagina "Links".